• INDIAAS KLASSIEK

Onze organisatie heeft van Indiase musici complete raga’s life opgenomen . Een kleine selectie hebben wij uitgekozen……. Veel luisterplezier!

Rakesh Chaurasia & Sandip Bhattacharya – raag Kaunsi Kanada
Rakesh Chaurasia & Sandip Bhattacharya – raag Miyan ki malhar
Rakesh Chaurasia & Sandip Bhattacharya – raag Bhairavi
Hari Prasad Chaurasia & students – Rotterdam (80 anniversary ) – raag Bhairavi
Pushpraj Koshti & Nathanaël van Zuilen – raag Saraswati
Marianne Svasek & Nathanaël van Zuilen – Raag Bhimpalasi
Ad Groot & Wim Bosman – Raag Marwa
Ad Groot & Wim Bosman – Raag Pilo
Julia Ohrmann & Shabbir Hussain – Raga Jhinjoti
Abhisek Lahiri & Parthasarathi Mukherjee – raag Jhinjoti

Indiase klassieke muziek
Een korte toelichting

Het concert
Concerten van Indiase of hindoestaanse klassieke muziek worden volgens traditie uitgevoerd op basis van raags of raga’s.
Raag
De raag is een melodisch kader dat is samengesteld uit een selectie van de natuurtonen. Bij elke raag zijn specifieke regels van toonopeenvolging en accenten van toepassing, met als doel om bij de luisteraar een bepaalde gemoedstoestand op te roepen. Daarnaast bestaan er ook associaties met seizoenen en/of een deel van het etmaal. Binnen dit strenge kader heeft de musicus echter grote vrijheden naar gelang kunde en vaardigheid. De duur van een muziekstuk is meestal twintig minuten tot drie kwartier.
Uitvoering
Stemmen van de instrumenten

  1. Melodische inleiding (alaap);
  2. Improvisatie op basis van een compositie in een zich herhalend ritmisch patroon (bandish/gat).
    Alles met toenemende complexiteit en snelheid.
    Stemmen
    Van groot belang is het stemmen van alle instrumenten, inclusief de begeleidende drums zoals bijvoorbeeld de tabla-set; noodzakelijk gezien de nagestreefde zuiverheid van de natuurtonen. Hiertoe wordt de benodigde tijd uitgetrokken, ook tijdens de uitvoering.
    Alaap
    De alaap is de puur melodische inleiding waarin de raag geheel improviserend wordt ontvouwd. In rake schetsen wordt de sfeer van de raag tot leven gewekt. In eerste instantie uitermate ontspannen en zonder enig ritme; gaandeweg als het ware met een hartslag en met toenemend tempo en complexiteit (jod + jhala).
    Het samenspel in compositie en improvisatie (Khayal)
    Melodie en ritme, nu vertolkt door drums, komen samen in de compositie. Hierop wordt om beurten geïmproviseerd. Het is gebaseerd op een ritmische cyclus (tala) die vaak bestaat uit 16 tellen (vergelijk vierkwartsmaat). Andere maateenheden zijn: 7, 10, 12, of bijv. 14. Van fundamenteel belang is hierbij het telkens terugkeren tot de compositie en het ritmepatroon. Het brengt de musici frequent tezamen, met name op de eerste tel (sam).
    De muziek
    Het meest opvallend in de Indiase muziek is de constant op één toonhoogte zoemende grondtoon. Deze grondtoon met al zijn boventonen is het fundament van een universum waarbinnen de raag melodisch zijn ware gestalte krijgt. De langhalsluit tanpura is bij uitstek het instrument om de grondtoon te laten klinken.
    In samenklank met de grondtoon worden veelal tonen gebruikt die prettig harmonieus klinken. Maar soms worden ook met nadruk tonen gebruikt die heel dicht bij de grondtoon zijn gelegen en welke in westerse oren al gauw als schurend of zelfs vals en bedreigend worden ervaren. In combinatie met het nadrukkelijk van de ene naar de andere toon omhoog- of omlaag glijden, worden ongekende melodische perspectieven geopend.
    Deze glij-tonen (mind) worden gaandeweg afgewisseld met toonreeksen die ‘recht-voor-zijn-raap’ staccato worden uitgestrooid (taan), terwijl trillertjes, golfjes tot soms zelfs zware en zeer trage vibrato aan toe de melodische lijnen verder versieren en kleur geven. Dit hele scala aan muzikale mogelijkheden is gericht op het optimaal presenteren en beleefbaar maken van het muzikale verhaal. Rake schetsen en steeds nieuwe perspectieven onthullen de sferen en gevoelswaarden die in de raag verborgen liggen.
    Binnen het kader van de raag en de rijke traditie hoe deze uit te voeren, is de persoonlijke vrijheid van de improviserende musicus groot.